Elke dag zorgen beroepschauffeurs ervoor dat goederen worden vervoerd tussen bedrijven, gemeenschappen en landen in heel Europa.
Achter elke reis schuilt een veel groter netwerk. Wagenparken die routes plannen en voertuigen beheren. Vrachtwagenparkings waar chauffeurs kunnen parkeren, uitrusten en gebruikmaken van essentiële voorzieningen. Technologie die diensten over de grenzen heen met elkaar verbindt.
Voor de Europese Mobiliteitsweek 2026is het thema Mobiliteit voor iedereen nodigt ons uit om na te denken over hoe vervoer toegankelijker en inclusiever kan worden. Dit jaar ligt de nadruk met name op rechtvaardigheid tussen generaties en het creëren van vervoerssystemen die geschikt zijn voor mensen in elke levensfase, zowel nu als in de toekomst.
Voor het Europese wegvervoer komt dit gesprek op het juiste moment.
De sector verandert in hoog tempo, maar één vraag is belangrijker dan alle andere: bouwen we een vervoersnetwerk dat geschikt is voor de mensen die er vandaag gebruik van maken en voor de generaties die er morgen op zullen vertrouwen?
Wegvervoer geschikt maken voor de volgende generatie
Europa heeft de volgende generatie beroepschauffeurs nodig.
Het recentste onderzoek van de IRU naar het tekort aan chauffeurs laat de omvang van de uitdaging zien. Naar verwachting zal ongeveer 20% van het huidige Europese chauffeursbestand binnen de komende vijf jaar met pensioen gaan, terwijl vrouwen slechts 4% van de Europese vrachtwagenchauffeurs uitmaken.
Er is geen snelle oplossing.
Om meer mensen voor het beroep aan te trekken, moeten we verder kijken dan alleen werving en ook rekening houden met de ervaring die het uitoefenen van het beroep met zich meebrengt.
Chauffeurs kunnen dagen of weken van huis zijn. Toegang tot veilige parkeerplaatsen, goede voorzieningen en essentiële diensten kan een groot verschil maken voor het leven onderweg.
De uitdaging op het gebied van infrastructuur is aanzienlijk. Een recent onderzoek van de Europese Commissie naar veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens werd een tekort van meer dan 390.000 veilige en beveiligde parkeerplaatsen in de hele EU vastgesteld; dit tekort zal naar verwachting toenemen tot 483.000 in 2040.
Door onze contacten met wagenparken, chauffeurs en servicepartners in heel Europa zien we hoe verschillend er tegen iets eenvoudigs als een parkeerplaats kan worden aangekeken.
Voor een wagenpark maakt het deel uit van de planning van een succesvolle rit. Voor een truckstop maakt het deel uit van het runnen van een succesvolle vestiging.
Voor een chauffeur is het de plek waar hij de nacht doorbrengt.
Dat perspectief is van belang als we een sector willen creëren waar toekomstige generaties graag deel van willen uitmaken.
“Als we willen dat meer mensen het beroep van beroepschauffeur zien als een carrière met toekomst, moeten we nadenken over de realiteit van het werk vandaag de dag. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat chauffeurs kunnen beschikken over veilige rustplaatsen, goede voorzieningen en de ondersteuning die ze nodig hebben wanneer ze van huis zijn. Het aantrekken van de volgende generatie gaat niet alleen om het achter het stuur krijgen van mensen. Het gaat erom een sector te creëren waarin ze willen blijven werken.”
Raquel Martinez, Europees verkoopmanager bij SNAP.
Bij betere mobiliteit gaat het om de hele reis
Het Europese wegvervoer wordt schoner, digitaler en meer verbonden.
Maar vooruitgang gaat niet alleen over de aandrijving van een vrachtwagen. We moeten ook de duizenden interacties rondom elke rit verbeteren.
Een geschikte parkeerplaats vinden. Toegang krijgen tot een vrachtwagenwasplaats. Omgaan met tolheffingen. Betalingen en facturen voor het hele wagenpark beheren. De juiste diensten vinden in een onbekend land.
Afzonderlijk lijken het misschien kleine onderdelen van een veel grotere reis. Samen bepalen ze hoe efficiënt die reis verloopt.
Dit is waar ‘connected mobility’ in de praktijk een verschil kan maken.

Bij SNAP brengt ons netwerk wagenparken en chauffeurs in contact met essentiële mobiliteitsdiensten, zoals parkeerplaatsen voor vrachtwagens, wasstraten en tolheffingen, die allemaal via één account worden beheerd. Chauffeurs kunnen de InTruck-app gebruiken om onderweg diensten te vinden, terwijl onze technologie servicepartners helpt om in contact te komen met klanten die langs hun locaties reizen en de toegang van voertuigen te beheren.
Aangezien er elke 11 seconden gebruik wordt gemaakt van SNAP-diensten, zien we met eigen ogen hoeveel dagelijkse interacties er nodig zijn om het Europese wegvervoer draaiende te houden.
Het doel is niet om nog meer technologie aan de rit van de bestuurder toe te voegen, maar om de rit soepeler te laten verlopen.
Mobiliteit voor iedereen moet grensoverschrijdend werken
Het wegvervoer is van nature internationaal.
Elke dag reizen chauffeurs tussen verschillende landen, talen, infrastructuren en manieren om toegang te krijgen tot diensten.
Voor ons betekent toegankelijkheid daarom meer dan alleen fysieke infrastructuur.
Diensten moeten gemakkelijk te vinden en te gebruiken zijn. Informatie moet duidelijk zijn. Technologie moet het navigeren door verschillende landen en systemen vergemakkelijken, en mag geen extra drempel vormen.
Door onze activiteiten op verschillende Europese markten hebben we ook geleerd dat er niet één standaardaanpak is voor chauffeurs, wagenparken of truckstops. Lokale behoeften spelen een belangrijke rol, en inzicht in die verschillen is essentieel voor het ontwikkelen van oplossingen die over de grenzen heen werken.
Bij beter verbonden mobiliteit gaat het er niet om elke markt hetzelfde te maken. Het gaat erom dat het gemakkelijker wordt om tussen die markten te reizen.
“Een van de belangrijkste lessen die we hebben geleerd door in heel Europa actief te zijn, is dat je er niet zomaar van uit mag gaan dat elke markt op dezelfde manier functioneert. Chauffeurs, wagenparken en truckstops hebben in elk land te maken met andere uitdagingen. De technologie kan die markten met elkaar verbinden, maar de oplossingen moeten nog steeds aansluiten bij de mensen die er ter plaatse gebruik van maken. Als we willen dat mobiliteit over de grenzen heen goed functioneert, moeten we begrijpen wat die verschillen in de praktijk betekenen.”
Raquel Martinez, Europees verkoopmanager bij SNAP.
Mobiliteit voor iedereen creëren
De Europese Mobiliteitsweek biedt de vervoerssector de gelegenheid om na te denken over het netwerk dat we voor de toekomst willen opbouwen.
Voor het wegvervoer, betekent 'Mobiliteit voor iedereen' zou een sector moeten betekenen waarin chauffeurs goed worden ondersteund, wagenparken efficiënt kunnen opereren en servicepartners de infrastructuur kunnen blijven verbeteren die het verkeer in beweging houdt.
Technologie speelt hierbij een rol. Dat geldt ook voor betere voorzieningen, veiliger parkeren en voortdurende investeringen in de mensen achter elke reis.
Geen enkel bedrijf kan dat in zijn eentje voor elkaar krijgen.
Bij SNAP zien wij het als onze taak om die onderdelen van het Europese wegvervoer met elkaar te verbinden en essentiële mobiliteitsdiensten toegankelijker te maken.
Want de toekomst van de Europese mobiliteit draait niet alleen om de manier waarop we ons verplaatsen. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de reis voor iedereen goed verloopt.