
Er staan grote veranderingen op stapel voor de mobiliteitssector.
De komende 12 maanden zullen enkele van de ingrijpendste veranderingen op het gebied van regelgeving en technologie met zich meebrengen die het Europese vervoer in jaren heeft meegemaakt. Nieuwe emissievoorschriften, systemen voor het monitoren van chauffeurs, proeven met waterstof en proefprojecten met zelfrijdende voertuigen zullen de manier waarop wagenparken in het Verenigd Koninkrijk en de EU functioneren ingrijpend veranderen.
Voor vervoerders en beroepschauffeurs geldt dat het nu begrijpen van deze veranderingen het verschil zal maken tussen zich vol vertrouwen aanpassen of moeite hebben om bij te blijven.
De revolutie op het gebied van regelgeving
De Euro VII-emissienormen treden in 2026 in werking en brengen nieuwe eisen voor wagenparken met zich mee. De grenswaarden voor stikstofoxide en koolmonoxide worden verder aangescherpt, waarbij de toegestane deeltjesgrootte daalt van 23 nanometer naar 10. Daarnaast zullen de voorschriften voor het eerst ook betrekking hebben op emissies van banden en remmen.
Elke nieuwe vrachtwagen die wordt verkocht, moet voldoen aan de Euro VII-norm. Hoewel dit waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor de prijs van de voertuigen, zullen de grootste gevolgen merkbaar zijn voor de inkooptermijnen, de vernieuwingscycli van wagenparken en de decarbonisatie op lange termijn.
De algemene veiligheidsverordening (GSR)
Vanaf juli 2026 moeten alle nieuwe vrachtwagens zijn uitgerust met systemen die afleiding herkennen. Deze systemen volgen de oog- en hoofdbewegingen om vroege tekenen van vermoeidheid of onoplettendheid te signaleren, waardoor veiliger kan worden ingegrepen en de doelstellingen voor ongevallenpreventie in heel Europa worden ondersteund
Normen voor direct zicht
De Direct Vision Standards (DVS) werden in 2025 ingevoerd. Tegen 2029 moeten nieuwe cabineontwerpen dode hoeken tot een minimum beperken door een beter zicht via de ruiten, in plaats van te vertrouwen op camera’s. Dit zal met name gevolgen hebben voor het rijden in de stad, de veiligheid van kwetsbare weggebruikers en de toekomstige specificaties van voertuigen.
Wijzigingen in de tachograaf
Vanaf 1 juli 2026 moeten bestelwagens tussen 2,5 en 3,5 ton die internationaal vervoer verrichten, worden uitgerust met slimme tachografen. Na jaren van vrijstelling zorgt deze wijziging ervoor dat ook kleinere bedrijfsvoertuigen volledig onder de regels voor rij- en rusttijden vallen.
Voor exploitanten met een gemengd wagenpark betekent dit dat zij het volgende moeten invoeren:
● nieuwe bestuurderskaarten
● regelmatige gegevensdownloads
● bijgewerkte monitoringprocessen
● aangepaste routeplanning en planning van rusttijden
Duizenden voertuigen die voorheen vrij konden rijden, zullen vrijwel onmiddellijk moeten worden uitgerust met systemen die aan de voorschriften voldoen.
Eisen inzake CSRD-gegevens
De richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging door bedrijven verplicht ondernemingen met meer dan 250 werknemers of een omzet van 40 miljoen euro om geverifieerde CO₂-emissies te registreren en te rapporteren – met inbegrip van Scope 3-transportactiviteiten.
Dit zal een domino-effect hebben op de toeleveringsketens. Kleinere vervoerders die geen betrouwbare emissiegegevens kunnen rapporteren, lopen het risico geen toegang meer te krijgen tot grotere opdrachten, wat de drang naar betere datasystemen en gestandaardiseerde rapportage zal versnellen.

De energietransitie komt in een stroomversnelling
Elektrische vrachtwagens winnen aan populariteit
De productie van elektrische vrachtwagens zal in 2026 sterk toenemen. DAF, Mercedes, Scania en MAN breiden allemaal hun productiecapaciteit uit.
Om dit te ondersteunen, wordt ook het netwerk van oplaadpunten voor elektrische voertuigen uitgebreid. BP Pulse heeft plannen voor megawatt-oplaadpunten voor zware vrachtwagens in heel Europa, die vanaf 2026 zullen worden geïnstalleerd, terwijl Polen fors investeert in nieuwe oplaadpunten voor zware vrachtwagens langs het TEN-T-netwerk.
De invoering van waterstof komt in een stroomversnelling
De eerste Scania-vrachtwagen op waterstofbrandstofcellen in het Verenigd Koninkrijk wordt in het eerste kwartaal van 2026 in gebruik genomen, als onderdeel van het M4-corridorproject van HyHAUL. Drie tankstations, die elk dagelijks tot twee ton waterstof leveren, ondersteunen deze proef. Als het project succesvol verloopt, is het de bedoeling dat er tegen eind 2026 30 vrachtwagens op de weg rijden en 300 tegen 2030.
Daarnaast zal begin 2026 worden begonnen met de bouw van het eerste tankstation van Aegis Energy in het Verenigd Koninkrijk waar waterstof wordt aangeboden. Tegen 2027 volgen er nog vijf.
Vervoermiddelenfabrikanten hanteren verschillende benaderingen bij de ontwikkeling van vrachtwagens op waterstof:
● Volvo gaat in 2026 beginnen met het testen van waterstofverbrandingsmotoren. MAN en DAF hebben soortgelijke systemen op de planning staan.
● Toyota zal in 2026 zijn nieuwe generatie waterstofbrandstofcelstapel introduceren, die een langere levensduur en lagere exploitatiekosten biedt.
Groei van HVO
Hydrogenerate plantaardige olie (HVO) ontpopt zich in 2026 als een belangrijke overgangsbrandstof voor het vrachtvervoer, dankzij twee factoren: strengere biobrandstofverplichtingen in Noordwest-Europa en de compatibiliteit ervan met bestaande dieselmotoren.
Uit rapporten van Zemo Partnership blijkt dat HVO een „drop-in“-brandstof is: het kan in veel bestaande zware voertuigen worden gebruikt zonder dat er aanpassingen aan de motor of de infrastructuur nodig zijn, waardoor exploitanten een praktische manier krijgen om onmiddellijk CO₂-uitstoot te verminderen.
Analisten van Argus Media voorspellen ondertussen dat het verbruik van HVO in 2026 recordhoogtes zou kunnen bereiken. Alleen al Duitsland zou dan 1,5 miljoen ton extra nodig kunnen hebben – bijna vier keer zoveel als in 2025 – om aan de vraag te voldoen.
Hoewel de acceptatie nog bescheiden is in vergelijking met volledig elektrische of waterstofalternatieven, zullen de huidige stimuleringsmaatregelen en de compatibiliteit met de infrastructuur er waarschijnlijk voor zorgen dat HVO in 2026 aan populariteit wint.
Autonome technologie doet zijn intrede
Vanaf het voorjaar van 2026 staat het Verenigd Koninkrijk proefprojecten met zelfrijdende voertuigen zonder veiligheidsbestuurders toe in gecontroleerde zones – een jaar eerder dan gepland. Deze overgang, die mogelijk wordt gemaakt door de Britse Automated Vehicles Act, ondersteunt een sector die naar verwachting tegen 2035 42 miljard pond aan de Britse economie zal bijdragen en naar schatting 38.000 banen zal opleveren.
Duitsland volgt op de voet. Motor Ai streeft ernaar om tegen 2026 zelfrijdende voertuigen op de weg te brengen, met behulp van 20 miljoen euro aan startkapitaal.
In heel Noord-Europa zet MODI de tests met autonoom vrachtvervoer voort langs de 1.200 km lange corridor tussen Rotterdam en Oslo. Het programma loopt tot maart 2026 en onderzoekt hoe autonome voertuigen presteren over de grenzen heen, op verschillende soorten terrein en in logistieke knooppunten.
In Zweden vervoeren de autonome elektrische vrachtwagens van Einride al goederen tussen magazijnen, waarbij ze vijf miljoen gegevenspunten per seconde verwerken. Hun gecontroleerde inzet toont het potentieel van automatisering aan op voorspelbare, herhaalbare routes.
Ondanks deze vooruitgang zullen mensen een centrale rol blijven spelen. Europa moet tegen 2028 nog 745.000 extra chauffeurs werven. Dus hoewel automatisering bepaalde taken zal ondersteunen, zoals havenactiviteiten, pendeldiensten tussen depots en vaste stadsroutes, zullen het langeafstandsvervoer en het complexe internationale transport door mensen blijven worden uitgevoerd.
2026 komt eraan
De omvang en het tempo van de veranderingen die in 2026 hun intrede doen, zijn ongekend in de geschiedenis van het Europese wegvervoer. Talrijke veranderingen op het gebied van regelgeving, technologie en duurzaamheid zullen tegelijkertijd plaatsvinden en de manier waarop wagenparken grensoverschrijdend opereren ingrijpend veranderen.
"De vervoerders die in 2026 succesvol zullen zijn, zijn niet degenen die zich tegen verandering verzetten, maar degenen die zich er systematisch op voorbereiden", zegt Nick Long, European Strategic Partnership and Development Manager bij SNAP. "We werken samen met wagenparken in heel Europa om de infrastructuur op te bouwen die de sector van morgen nodig heeft. Veilige parkeerplaatsen. Geïntegreerde betalingen voor nieuwe tolsystemen. De bouwstenen voor succes zijn nu al beschikbaar voor wie er gebruik van wil maken."
SNAP helpt wagenparken zich voor te bereiden op de toekomst met geïntegreerde oplossingen voor parkeren, betalingen en wagenparkbeheer in heel Europa. Ga naar snapacc.com om te ontdekken hoe wij u kunnen ondersteunen bij uw transitie naar 2026 en daarna.